Wat is Taekwondo?

Onderdelen

Taekwondo is een zeer diverse verdedigingssport. Wat de mensen waarschijnlijk het beste kennen, is het onderdeel “sparring”, of gyeoreugi. Dat is het competitie-onderdeel van taekwondo. Taekwondo behelst echter heel wat verschillende disciplines:
  • Gyeoreugi (sparring)
  • Hanbeon gyeoreugi (eenstapsgevecht)
  • Hosinsool (zelfverdediging)
  • Kyeokpa (breektest)
  • Poomsae (stijlfiguren)

Gyeoreugi

Gyeoreugi of sparring is wat je ziet tijdens taekwondotornooien. Dat is gemakkelijk gezegd, maar het houdt veel meer in dan dat.

Sparring is het wedstrijdonderdeel van taekwondo dat sinds Sydney 2000 een officiële olympische discipline is. Een officiële erkenning als olympische sport betekent natuurlijk dat er niet zomaar op elkaar kan “geschopt” worden. Sparring is het onderdeel van taekwondo dat het meest gereglementeerd is.

Een taekwondoka die aan sparring doet, doet dat niet onbeschermd. Naast zijn of haar pak draagt de taekwondoka een borstbeschermer, een gewatteerde helm, een kruisbeschermer, voorarmbeschermers, scheenbeschermers en een tandbeschermer.

Al deze bescherming zorgt er voor dat de kamper zo goed mogelijk bestandd is tegen allerhande kwetsuren. Veiligheid primeert!

Het is hier niet de bedoeling om het volledige wedstrijdreglement van de WTF te overlopen. Dit betreffend reglement kan je in het Engels in zijn volledigheid nalezen op deze website.

Een taekwondowedstrijd wordt gevochten op een wedstrijdveld van 10m op 10m. Een wedstrijd wordt geleid door één scheidsrechter en drie of vier hoekrechters. De hoekrechters geven de punten die nadien worden samengeteld en – verminderd met eventuele strafpunten- het uiteindelijke resultaat bepalen.

De kampers zijn onderverdeeld per geslacht en per gewichtsklasse. Een wedstrijd bestaat uit drie ronden van twee minuten. In het geval van een gelijkspel na deze drie ronden volgt nog een vierde ronde van twee minuten met een sudden death-systeem. Diegene die op het einde van de wedstrijd de meeste punten behaalde (verminderd met eventuele strafpunten) wint de wedstrijd en gaat door naar de eventuele volgende ronde. Een gelijkspel bestaat dus niet als eindresultaat. Moest het na de vierde ronde nog gelijk staan, dan wint de kamper die het meeste vechtlust toonde.

Tijdens een wedstrijd is het voor beide kampers verboden om onder de gordel te trappen. Op romp- en gezichtshoogte is trappen wel toegestaan. (Vuist)slagen zijn enkel toegestaan op de borstbescherming. Moedwilig slaan naar het hoofd resulteert automatisch in een strafpunt voor de schuldige. Wanneer een kamper 4 strafpunten heeft, dan is de tegenstander automatisch en direct de winnaar van de wedstrijd.

Andere strafpunten zijn:

  • de tegenstander aanvallen na het stopcommando van de scheidsrechter
  • een gevallen tegenstander aanvallen,
  • de tegenstander op de grond gooien door zijn been te nemen of hem te duwen,
  • de match onderbreken of gewelddadige of extreme taal gebruiken door de kamper of de coach.

Naast de directe strafpunten zijn er ook verwittigingen, twee verwittigingen resulteren in een strafpunt. De verwittigingen zijn:

  • over de grens van het kampgebied gaan,
  • het gevecht ontwijken door de rug te draaien naar de tegenstander,
  • opzettelijk vallen
  • het gevecht ontwijken,
  • de tegenstander grijpen, vasthouden of duwen,
  • onder de gordel aanvallen,
  • een kwetsuur veinzen,
  • aanvallen met de knie,
  • het gezicht van de tegenstander raken met de hand en
  • het uiten van ongewenste opmerkingen door de kamper of de coach.

Winnaar van een wedstrijd word je als:

  • je tegenstander knock-out gaat
  • de scheidsrechter de wedstrijd stopzet in je voordeel
  • de uiteindelijke score in je voordeel is
  • je meer dan zeven punten voorstaat op je tegenstander
  • je als eerste 12 punten behaalt
  • de tegenstander zich terugtrekt
  • de tegenstander gediskwalificeerd wordt
  • de scheidsrechter dat beslist

Hanbeon Gyeoreugi

Hanbon gyorugi betekent letterlijk eenstapsgevecht en is een vooraf ingestudeerde aanvals- en verdedigingssituatie. De aanvaller (Kongkyuk) valt aan met een stoot en de verdediger (Bang-oh) weert af en voert een tegenaanval uit.

Het doel van deze oefening is om een reflex aan te kweken in het geval van een reële aanval en ook om taekwondo-technieken op een veilige manier in te oefenen.

Hosinsool

Het woord hosinsool kan je in drie stukken delen. “Ho” is een verkorting van het Koreaanse “boho hada” wat “beschermen” betekent, “sin” is “lichaam” en “sool” is techniek. Hosinsool is dus dat deel van de taekwondotraining waarin we onszelf leren verdedigen door het gebruik van taekwondo- en andere technieken.

Bij hosinsool probeer je jezelf te bevrijden uit een aanval. Deze aanval kan een trap of een stoot zijn maar ook een klem of een greep of een aanval met een mes of een lange/korte stok. Bij hosinsool ligt de nadruk bij de techniek en niet bij de kracht. Als het een aanval is met een wapen moet je eerst je tegenstander proberen te ontwapenen. In hosinsool gebruik je verschillende taekwondo technieken door elkaar.

Het is niet gemakkelijk om in woorden uit te leggen hoe je een hosinsooltechniek moet uitvoeren. Zoals elk onderdeel van taekwondo is het nodig om het tijdens de training aan te leren. Een basis die wel moet gevolgd worden is dat je, voordat je aan de zelfverdedigingstechniek begint, de aandacht van de tegenstander tracht af te leiden. Dus doe een trap naar de scheen, knie of het kruis van de tegenstander. Op die manier is zijn of haar aandacht voor een fractie van een seconde weg en heb een eventjes de tijd om de zelfverdedigingstechniek uit te voeren. Deze kan bestaan uit een ontklemming, zelf een klem zetten, een taekwondotechniek gebruiken… Werk altijd de tecnhiek af, de tegenstander moet uitgeschakeld zijn!

Kyeokpa

Kyeokpa betekent “breektest”. Dit is een onderdeel dat zeer populair bij demonstraties. Het is dan ook zeer spectaculair! Het materiaal dat gebruikt wordt is ook afhankelijk van de situatie. Houten plankjes zijn het populairst, maar gevorderden durven al eens (bak)stenen, dakpannen, ytongblokken of ander bouwmaterialen gebruiken.

Breektesten vallen uiteen in twee onderdelen: krachtbreektesten en precisiebreektesten. Bij krachtbreektesten komt het er op aan om met één slag of trap zoveel mogelijk plankjes ineens te breken. Precisiebreektesten zijn er niet op gericht om met één techniek veel plankjes ineens te breken, maar d.m.v. bijvoorbeeld gesprongen trappen plankjes op grote hoogte of op verdere afstand te breken.

Poomsae

Een poomsae is een stijlfiguur die in een vastgelegde volgorde moet uitgevoerd worden en waarbij de lijnen van een systematisch en logisch gevecht dienen gevolgd te worden, gebruik makend van verschillende taekwondo-technieken. Het is een ingebeeld gevecht tegen één of meerdere tegenstanders.De poomsae verbetert de wendbaarheid van het lichaam, oefent de kracht-, evenwichts- en ademhalingscontrole, oogcontact en geestelijke concentratie.Verder is het een geheugenoefening omdat men de bewegingen en de juiste volgorde ervan moet onthouden.Om alle poomsae goed te (blijven) kennen, dienen ze regelmatig herhaald te worden, wat een grote mentale zelfdiscipline vereist.

Er zijn acht poomsae voor geupgraden en negen voor dangraden.

Geschiedenis Taekwondo

Taekwondo op zich is een jonge krijgskunst, maar de martial arts zijn doorheen de ganse geschiedenis van Korea op de een of de andere manier aanwezig geweest. De geschiedenis van de voorlopers van taekwondo en het uiteindelijk ontstaan van taekwondo zelf kan het best overlopen worden aan de hand van de verschillende periodes in de geschiedenis van Korea.

De Sam-Guk periode (tot de 7e eeuw)

Voor de vroegste vorm van Koreaanse krijgskunst moeten we teruggaan tot de zevende eeuw van onze tijdrekening. Korea als dusdanig bestond toen nog niet, maar het schiereiland was verdeeld in drie rijken die elkaar permanent bekampten om de heerschappij. Deze rijken heetten Koguryo, Baekje en Shilla. Vandaar de naam Sam-Guk (Sam=3, Guk = natie). In elk van deze koninkrijken beoefende men reeds de krijgskunsten; bewijzen hiervan zijn terug te vinden op etsen en beeldhouwwerken uit die tijd. Een gekend voorbeeld is de Sokkuram-grot nabij Gyeongju, de hoofdstad van Shilla. In deze grot staan twee krijgers gebeeldhouwd in een karakteristieke taekwondo -positie. Deze beelden worden ook wel de ‘Keumgang-strijders’ genoemd.
Alhoewel Shilla het kleinste van de drie rijken was, slaagde ze er toch in om het hoofd te bieden aan de twee anderen en ze zelfs te onderwerpen. Dat was voornamelijk te danken aan de zgn. ‘Hwarang’-troepen, een keurkorps van jonge mannen die zorgvuldig geselecteerd werden uit de adellijke kringen en in zekere mate te vergelijken waren met de Japanse samoerai. Onder invloed van het Confucianisme werd trouw aan de staat een begrip en de Hwarang vormde op die manier een militaire elite. De Hwarang-troepen beoefenden een gevechtskunst die als de voorouder van de huidige taekwondo wordt beschouwd en die de naam Taek-Kyon draagt.

De Koryo-dynastie (935-1392)

De Koryo-dynastie werd gesticht door een generaal uit het leger van Shilla (dat ondertussen veel van zijn glans verloren had) met als doel om gebieden van Koguryo verloren aan Mantsjoerije terug te verkrijgen. Hij noemde zijn koninkrijk Koryo, waarvan de huidige naam van het moderne Korea afgeleid is.
Uit deze periode is niet veel bekend van de aanwezigheid van gevechtskunsten. Toch is men zeker dat er Taek-Kyon werd beoefend.

De Chosun-dynastie (1392-1910)

De Chosun-dynastie staat ook bekend onder de (minder juiste) benaming ‘Yi-dynastie’, naar de stichter Yi Seong-Gye.
Doordat het Boeddhisme als staatsgodsdienst werd vervangen door het Confucianisme, geraakten de krijgskunsten in verval. Daar het meestal Boeddhistische monniken waren die meester waren in de krijgskunsten, verdwenen de kunsten samen met de monniken in de tempels hoog in de Koreaanse bergen.
In deze periode werd veel meer aandacht besteed aan literatuur, muziek, poëzie en het was ook in deze periode dat het Koreaanse alfabet, het Han’gul, werd ontwikkeld in opdracht van koning Sejong. Kortom, het was ideaal klimaat voor de menswetenschappen en schone kunsten, maar minder voor de krijgskunsten.
Dat er toch krijgskunsten aanwezig waren bewijst het krijgskunsthandboek of “Mooyedobotongji”, opgesteld door Yi Deokmoo in 1790. Dit boek is een opsomming van alle aanwezige krijgskunsten in het Korea van die tijd. Een uniek document voor een periode waarin weinig bekend is van gevechtskunsten.

De Japanse bezetting (1910-1945)

Deze periode is één van de donkerste bladzijden uit de geschiedenis van Korea. De Japanners voerden een schrikbewind in Korea. Alle tekenen van Koreaans zijn werden door de Japanse bezetter verboden. Koreaanse gebouwen werden met de grond gelijk gemaakt, kinderen moesten Japans leren, het Japanse Shintoïsme werd ingevoerd… Ook was het verboden om welke Koreaanse krijgskunst ook te beoefenen.
Aangezien veel Koreanen naar het buitenland gingen, kwamen ze daar in contact met andere krijgskunsten (kempo, karate, kung-fu…)

Na de Japanse bezetting (1945 tot heden)

Na de bommen op Hiroshima en Nagasaki besloten de Japanners de strijd in de tweede wereldoorlog te staken en tevens gaven ze de bezetting van Korea op. Veel tijd om puin te ruimen was er niet, want slechts enkele jaren later volgde de Koreaanse Oorlog, waarbij de USA en de USSR respectievelijk de kant van Zuid- en Noord-Korea kozen. Het was slechts na het staakt-het-vuren van 1953 dat de volledige ontbolstering van Korea er kunnen komen is alsook de hergeboorte van alle echte Koreaanse tradities en gebruiken. Ook Taek-Kyon hoorde hierbij. Jarenlang werd het in het geheim beoefend en nu kreeg het een ongekende populariteit naast de andere Koreaanse krijgskunsten. Maar ook Koreanen die in het buitenland verbleven tijdens de bezetting, brachten nieuwe technieken mee.
Een Koreaans legerofficier, en later generaal, Choi Hong-Hi onderwees zijn manschappen de oude vorm van Taek-Kyon. In 1955 had generaal Choi de leiding over een regeringscommissie bedoeld om de verschillende Koreaanse krijgskunsten te verenigen. Hij stelde voor om als naam voor de nieuwe stijl ‘Taekwondo’ te kiezen. In 1961 richtte de Koreaanse regering de Tae Soo Do Association op om de belangrijkste dojangs (Taekwondo scholen) te verenigen. De Tae Soo Do Association werd in 1965 herdoopt als de Korean Tae Kwon do Association en bestond uit de 5 grootste Koreaanse stromen : Chung Do Kwan, Moo Duk Kwan, Chang Moo Kwan, Oh Do Kwan en Chi Do Kwan. De invloed van Taekwondo verspreidde zich officieel buiten de Koreaanse grenzen in 1966 en generaal Choi stichtte de International Tae Kwon Do Federation (ITF) in maart van datzelfde jaar. Nog later dat jaar werd hij verplicht om het land te verlaten als gevolg van politieke meningsverschillen met andere leiders in het Taekwondo-wereldje en nam de ITF met zich mee. De World Tae Kwon Do Federation (WTF) werd in 1973 gevormd om de ITF in Zuid-Korea te vervangen. De WTF is tegenwoordig de grootste Taekwondo organisatie en is officieel erkend door zowel de Koreaanse staat als het Internationaal Olympisch Comité. Dankzij de inspanningen van de WTF werd Taekwondo een Olympische demonstratiesport tijdens de Spelen van Seoul ’88 en was ze voor de eerste keer een volwaardige Olympische discipline tijdens de spelen van Sydney 2000.
Meer informatie op Chin Do Jang!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *